IMG_1837_1000px

De navolgende tekst is overgenomen van KBS Zwitserland en is opgesteld door Bernadette Syfrig. De tekst is van het duits naar het nederlands vertaald door  Dakota Language Services.

Karakter

Van boerderijhond tot moderne gezins-, geleide- en sporthond

Eisen aan het karakter van de Berner sennenhond vroeger en nu

De Berner sennenhond honderd jaar geleden: het karakter van de Berner sennenhond wordt door de Zwitserse landbouw gevormd

Een afgelegen boerderij. Rondom hectaren akkerland, bloemenvelden en heuvelachtig hooi- en weiland. Zo zal de leefomgeving er honderd jaar geleden hebben uitgezien voor de voorouders van de huidige Berner sennenhonden. Een leven in een rustige, vertrouwde omgeving, nauwelijks ongewone gebeurtenissen, weinig contact met vreemde mensen en soortgenoten. De eisen die in die tijd werden gesteld aan het karakter van de Berner sennenhond werden sterk bepaald door het landelijke leven. Dr. Scheidegger, stichtend lid en één van de actiefste eerste fokkers, heeft een treffende beschrijving opgesteld van het karakter van de eerste Berner sennenhonden: “De echte Dürrbächler is qua kenmerken en karakter meer dan enig ander ras aangepast aan de Zwitserse landbouw. Voor een boer is een hond “goed”, als hij alert en scherp is zonder te bijten, zijn baas buiten op de voet volgt, bij de wagen tussen de twee achterwielen blijft en niet door de aanplant loopt, de baas in geval van nood verdedigt, op het land achtergelaten voorwerpen bewaakt, niet stroopt, katten en kippen met rust laat, niet ronddwaalt.

In bergachtige gebieden worden vooral de vaardigheden in het veehoeden en veedrijven gewaardeerd, in het laagland daarentegen meer de geschiktheid als trekdier. Het is opmerkelijk dat veel sennenhonden aan al deze eisen voldoen, vaak zonder speciale training. Een zeer opvallende eigenschap van de Berner sennenhond is zijn waakzaamheid. Voor kinderen zijn ze graag het trouwste speelkameraadje.

Ze zijn attent, letten overal op, tonen een zeer hoge intelligentie en afwegingsvermogen, zijn levendig en actief, liefdevol en trouw en kennen geen enkele listigheid; ook zijn ze stoer en niet bang, maar het zijn geen vechtersbazen. Dit zijn allemaal kenmerkende, in een ver verleden aangefokte eigenschappen.”

De eisen aan het karakter zijn hoger geworden

In de afgelopen honderd jaar is het leven van de Berner sennenhond sterk veranderd. De voormalige boerderijhond heeft zich ontwikkeld tot een veelzijdige familie-, geleide- en sporthond en heeft een geheel nieuwe plaats in de maatschappij veroverd. Niet alleen de eisen aan zijn gezondheid, levensduur en conditie zijn hoger geworden, ook van zijn mentale en emotionele veerkracht wordt vandaag de dag veel meer verwacht. In Zwitserland, zijn land van herkomst,  leeft de hedendaagse Berner sennenhond meestal juist in een dichtbevolkte omgeving. Elke dag komt hij onbekende mensen en soortgenoten tegen. Waakdrift is niet zo vaak meer nodig, terwijl een hond juist goed gesocialiseerd moet zijn, zeker tegenover vreemden, en andere dieren moet kunnen verdragen. De immense visuele en akoestische omgevingsinvloeden mogen hem niet uit zijn balans brengen. De vrijheid van de hond wordt steeds verder ingeperkt en de tolerantie van niet-hondenbezitters voor honden wordt elk jaar minder. Dus hedendaagse hond moet dus een absoluut aanpassingsvermogen bezitten.

Hondenbezit als politiek thema

Een tragisch bijtongeluk in december 2005 heeft hondenbezit ook in Zwitserland definitief tot een   politiek thema gemaakt. De bevolking eist strengere maatregelen. In de regering en het parlement wordt gedebatteerd over een verbod op bepaalde hondenrassen, over een vergunningsplicht en verplichte lijn- en karaktertests. Bijtongelukken, hoe klein dan ook, en opvallend of agressief gedrag van honden moeten worden gemeld bij de bevoegde veterinaire autoriteiten. In de huidige samenleving is alleen nog plaats voor goed gesocialiseerde, veilige en verdraagzame honden. Het is tegenwoordig belangrijker dan ooit dat er in de fokkerij niet alleen aandacht wordt besteed aan uiterlijk en gezondheid, maar ook aan het karakter. De KBS lijkt met de karaktertest al jaren geleden de juiste weg te zijn ingeslagen.

Positieve eigenschappen moeten worden gestimuleerd

Van nature hebben de hedendaagse Berner sennenhonden eigenlijk nog steeds hetzelfde gedrag en de eigenschappen, die Dr. Scheidegger in 1914 al schilderde. Margret Bärtschi beschrijft ze in haar publicaties als volgt: “De Berner sennenhond voegt zich volledig en zonder terughoudendheid naar de mensen en een huishouden. Met vriendelijke alertheid volgt hij alles wat om hem heen gebeurt. Hij weet onderscheid te maken tussen de levende wezens, dingen en gebeurtenissen uit zijn thuiswereld en alles wat vreemd is. Bij ongebruikelijke verschijnselen reageert hij altijd en staat klaar om de zijnen en het hunne te verdedigen. Gehoorzaam en duidelijk met plezier en een zekere onafhankelijkheid voert hij hem opgedragen taken uit. Daarbij verbergt zich achter zijn robuuste uiterlijk een zeer fijnzinnig en goedaardig temperament … tegenover kinderen zijn ze zachtaardig, maar ze nemen ze ook graag in bescherming tegen vermeende en echte gevaren.” De Berner sennenhond heeft nog steeds veel waardevolle karaktereigenschappen die hem ook in de huidige hectische tijd tot een fantastische metgezel maken. Maar deze eigenschappen kunnen zich alleen ontwikkelen als ze gestimuleerd worden.

Door ontbrekende of onaangename ervaringen kunnen ze gemakkelijk wegkwijnen, zodat het karakter van een Berner sennenhond plotseling niet meer overeenkomt met het gangbare ideaalbeeld. Het is de taak van elke fokker en elke volgende eigenaar om voor de pup en jonge hond gevarieerd leersituaties te creëren, waarin hij zo veel mogelijk positieve ervaringen kan opdoen.  Alleen zo kan een puppy met een goede aanleg zich ontwikkelen tot een veilige hond met een sterk karakter.

Waakzaamheid

Armin Trachsel, zoon van voormalig fokkerijvoorman Paul Trachsel, vertelde ooit een indrukwekkend verhaal uit zijn jeugd. Toen hij met zijn vader terugkwam op de boerderij, lag daar een man op de grond, en hun toenmalige Berner sennenreu stond in een imponerende pose over hem heen. Het was een zwerver, die in de hooischuur zijn roes had willen uitslapen. Omdat er niemand thuis was, had de reu de man tegengehouden. Deze viel van schrik op de grond. Zonder te bijten of de zwerver te verwonden hield de Berner sennenreu de indringer net zo lang in bedwang tot zijn baas terugkwam en de zaak afhandelde. Dit soort incidenten zijn typerend voor de Berner sennenhond. Hij is waakzaam en beschermend, zonder te bijten. Ook de meeste hedendaagse Berner sennenhonden hebben noch een zekere waakzaamheid in zich. Voor hun territorium ― dat kan het huis, de tuin, maar ook de auto zijn ― tonen ze een instinctief gevoel. Wanneer er iets onbekends nadert, vestigen ze daar de aandacht op door duidelijk te blaffen. Veel Berner sennenhonden bewaken ook graag voorwerpen en bezittingen van hun verzorgers. De ontwikkeling van deze op zich goede eigenschap moet echter wel doelgericht begeleid en in de juiste richting aangemoedigd worden.

Waakzaamheid is goed ― angstagressie niet

Waakzaamheid mag onder geen beding worden verward met angstagressie. Hans Stadtmann, die zich zestig jaar geleden al intensief bezig hield met het karakter van de Berner sennenhond, beschrijft deze in de Blässipost van maart 1949 als volgt: “De Berner sennenhond moet een vriendelijke, zachtmoedige, maar toch scherpe kameraad zijn. Hoe goedmoediger de hond is, des te meer kunnen we van hem op aan als er gevaar nadert. Goedmoedigheid is een teken van kracht, van zelfvertrouwen.” Een hond met een sterk karakter wijst op ongewone zaken door waarschuwend te blaffen. Hij neemt zijn positie in en is bij echt gevaar ook klaar voor een aanval. Blijkt het vermeende gevaar toch niet te bestaan, dan kalmeert hij meteen weer. In vroeger tijden gold een hond als bijzonder scherpe waakhond, als hij een verhoogd wantrouwen tegenover vreemden toonde. Bij deze vorm van waakzaamheid, die tegenwoordig als ongewenste scherpte wordt gedefinieerd, gaat het echter niet om overwicht, maar om een drift tot zelfbehoud. In tegenstelling tot de veilige Berner sennenhond zijn dit soort honden in noodsituaties niet te vertrouwen. Zulke angstige en schuwe dieren mogen in geen geval voor de fokkerij worden gebruikt.

Karakterproblemen moeten worden bestreden

Hans Stadmann heeft fokkers er al in de jaren ’40 toe opgeroepen, de aandacht meer op het karakter te richten. Toen in de jaren ’50  steeds meer hondenkopers begonnen te klagen over schuwe, wantrouwige Berner sennenhonden, startte de discussie over een karaktertest. Omdat er in 1963 nog steeds schuwe honden in de fok zaten, werd tot een speciale karaktertest besloten. Dankzij deze sindsdien verplichte karaktertest voor potentiële fokhonden zijn schuwe en wantrouwige vertegenwoordigers van het ras tegenwoordig zeldzaam geworden.

Moet de waakzaamheid eruit gefokt worden?

De Berner sennenhond is bekend om zijn goedmoedigheid. Het is een vreedzame en gezellige hond, die alles en iedereen vriendelijk tegemoet treedt. Maar ziet hij een bedreiging voor zijn huisgezin of terrein, dan ontwaakt in hem zijn beschermdrift, en is hij bereid om dat wat hem lief is, ook te verdedigen. Past deze waakzaamheid, waarbij ook altijd een zekere mate van bereidheid tot fysieke bescherming komt kijken, überhaupt wel bij zo’n goedmoedig hondenras? Moet de huidige gezins- en geleidehond überhaupt noch waken? Idealisten dromen er altijd van, alleen nog maar agressievrije honden te fokken. Maar wees eerlijk: wie wil er nu een hond, die niet waarschuwend blaft, als er een vreemdeling rond het huis sluipt, die blijft liggen slapen, terwijl een inbreker het huis binnendringt, die vriendelijk met zijn staart kwispelt wanneer het baasje of bazinnetje in het bos aangevallen wordt of doodrustig toekijkt, wanneer een vreemde de auto openbreekt en er wellicht met hond en auto vandoor gaat?

Waarschuwend blaffen, grommen, de tanden laten zien, standvastig zijn en een imposante houding aannemen, zich ook eens tegen een opdringerige en respectloze soortgenoot weren, dat zijn vormen van agressie die een hond nodig heeft om te overleven. Als zijn bijtbeheersing in orde is, dwingt  zo’n hond respect af, maar gevaarlijk is hij niet. En bij de Berner sennenhond wordt de bijtbeheersing in de regel enorm goed ontwikkeld. Dankzij zijn kracht en zijn gewicht weet hij zich ook zonder bijten te verdedigen. De waakzaamheid, vooral het bewaken van het eigen territorium, is een markante karaktereigenschap van de Berner sennenhond. Zij is van oudsher in hem gewaardeerd en gestimuleerd. De waakzaamheid moet en mag er niet uit gefokt worden, want het is een nuttige en waardevolle karaktereigenschap die bij de Berner sennenhond hoort! Als de fokkerij zou proberen om de Berner sennenhond dit archetypische temperament te ontnemen door middel van gerichte selectie, zodat hij in de huidige tijd gemakkelijker te houden is, dan zou dit niet alleen de fokbasis extreem versmallen, maar men zou hem ook beroven van uitgerekend zijn meest prominente, rasspecifieke eigenschap. De Berner sennenhond zou zijn originaliteit verliezen en gedegradeerd worden tot een naïeve, dommige modehond. Het is juist de hondenbezitter die hier op verantwoorde wijze mee moet leren omgaan, zodat de oeroude, gezonde waakzaamheid in deze tijd van fijngevoeligheid geen probleem wordt. Hij zal daarmee weten om te gaan en zijn Berner sennenhond nooit zonder toezicht in een situatie laten, waarin hij zijn natuurlijke waakzaamheid en daarmee logischerwijze ook zijn beschermingsgedrag moet inzetten.

De Berner sennenhond voelt zich bij “zijn” mensen thuis

“Een Berner sennenhond blaft harder, is extatischer, treurt dieper, mokt steviger, verzet zich energieker. Een Berner sennenhond heeft aan een vinger niet genoeg. Hij wil de hele hand, nee, beide handen, de hele mens.”(Prof. Dr. Bernd Günter).

Achter de robuuste verschijning van de Berner steekt een gevoelig en liefdevol gemoed, dat hem juist onze hightech-wereld tot een zeer speciale partner maakt. Bijna geen enkel ander hondenras is zo sterk op de mens gericht als de Berner sennenhond. Nabijheid, liefkozingen en contact met de mens zijn voor hem uiterst belangrijk, en deze verbondenheid met de mens maakt hij ook duidelijk! Beleefde terughoudendheid kent hij niet. Hij laat zijn gevoelens zien en betuigt zijn genegenheid op levendige wijze  ― vaak onstuimig, maar ook altijd gehoorzaam. Alleen bij “zijn” mensen voelt zich op zijn gemak, en heeft van hen niet alleen veel genegenheid, maar ook zinvolle taken en liefdevolle maar consequente leiding nodig. De zorg en aandacht van zijn mensen betekenen alles voor hem. Maar de bovenmatige gerichtheid op de mens van de Berner sennenhond is geen fenomeen van de moderne tijd. Zij heeft ook nauwelijks iets te maken met de manier waarop honden tegenwoordig worden gehouden, met verwennerij of zelfs met vermenselijking van honden. Nee, dit is een kenmerkende aanleg die de Berner sennenhond van oudsher heeft. Al meer dan honderd jaar geleden leefde hij nauw met zijn mensen samen. Op schilderijen van de Zürichse historieschilder Ludwig Vogel (1788-1879), die nu ongeveer 200 jaar oud moeten zijn, zien we de Berner sennenhond niet alleen in alledaagse situaties buiten. Op een van de schilderijen is een Berner sennenhond aan tafel afgebeeld bij een familie in het Oberhaslital. (Bron: Prof. Albert Heim). In het verhaal “Zeitgeist und Berner Geist” zit een hoofdstuk waarin Hans van Hunghafen naar Abesitz reist: “Hij klopte eerst op de buitendeur. Binnen hoorde niemand hem, behalve de hond, die onder de kachel lag te slapen. Die begon te grommen en gedempt te blaffen. ‘Wat heeft die nu?‘ vroeg Lisi. ‘Hij zal wel iets zien in zijn slaap, maar apart is het wel, als ook honden zouden dromen.‘ Toen ging de deur open, en een stem zei: ‘Jullie zullen wel weinig tijd hebben samen, want niemand hoort mij.‘” Uit oude documenten blijkt dus duidelijk, dat de voorouders van de Berner sennenhond al nauw met hun mensen samenleefden. Ook Ursula Flückiger, KBS-karaktertester, bevestigt dit. Ze weet te vertellen: “Mijn moeder woonde als kind, rond 1920, op een boerderij in het Emmental. Ze vertelde altijd over  een bijzonder mooie teefje uit haar kindertijd. Belline was een voor toenmalige begrippen dure Berner sennenteef met lang haar. Belline was altijd bij de familie, ook in de keuken en in de woonkamer. In die tijd waren er nog geen verwarmde toiletten in huis; er was alleen een koud buitentoilet achter het huis naast de hooischuur. Vooral in de winter hadden de kinderen koude voeten wanneer ze zonder sokken, alleen op klompen, de kou in moesten. Daarom  begeleidde Belline ze altijd. Ze ging bij het toilet liggen, zodat de kinderen hun koude voeten in haar dikke vacht konden opwarmen.” Boerderijhonden leefden vroeger zeker de meeste tijd buiten, omdat ook het leven van de mensen voor een groot deel buiten, op het erf en onder de brede daken, afspeelde. Ook tijdens het werk op het veld waren de honden van de partij. Bij slecht weer, storm of sneeuw hadden ze ook vast ook toegang tot het huis ― vooral tot de grote keuken. Als vandaag de dag een hond buitengesloten wordt, is dat iets heel anders, omdat het familieleven zich niet meer buiten afspeelt. De Berner sennenhond hoort daar te zijn, waar het leven van de familie zich afspeelt! Regula Bürgi, keurmeester bij de KBS, wiens grootvader al Berner sennenhonden fokte, leefde van kleins af aan met deze honden samen en weet uit oude verhalen te vertellen: “Zelfs in de dagen voor de Tweede Wereldoorlog was de Berner sennenhond al veel geld waard. Puppies werden toen al voor Fr. 350 aan Hongarije geleverd (dat was in die dagen een hoop geld, en dat voor een hond!). Dat zulke dieren dan niet in de stal werden gehouden, was begrijpelijk. De eigenschappen van de Berner sennenhond maakten hem erg populair voor de verdrijving van het “gespuis” dat in die tijd rondzwierf. Met zijn omvang, onbekende verschijning en vasthoudendheid maakte hij op dat volk in binnen- en buitenland grote indruk.”

De Berner sennenhond en kinderen

Schattige plaatjes van jonge kinderen met een stevig gebouwde “Bäri” wekken vaak ten onrechte de indruk, dat elke Berner geschikt is als knuffelbeer of levend speelgoed voor kinderen. De meeste Berner sennenhonden zijn zeer goedaardig en tolerant ten opzichte van kinderen. Dit zit echter slechts in beperkte mate in zijn genen; het is mede afhankelijk van zijn vorming. Honden die vooral in de eerste weken van hun leven, maar ook later,  positieve ervaringen met kinderen hebben mogen opdoen, zijn meestal erg dol op kinderen. Maar door een gebrekkige of onjuiste vorming, slechte of pijnlijke ervaringen kan zelfs de liefste en meest goedaardige Berner sennenhond tegenover kinderen wantrouwig en terughoudend worden. Tegenover de kinderen van het eigen gezin is de Berner sennenhond bijzonder zachtaardig en hij neemt ze graag in bescherming tegen vermeende en echte gevaren. Regula Bürgi, die met Berner sennenhonden is opgegroeid, weet te vertellen: “Toen ik ongeveer elf jaar oud was, kocht mijn moeder een reu, die heel groot en sterk werd. Deze hond liet zich door mij leiden als door een toverstaf, zo hecht was onze band. Elke keer als ik voor onze familie iets moest halen in het winkelcentrum van ons dorp, nam ik hem mee. Er mochten dan geen onbekenden naast, voor of achter mij lopen. En als ik in de winkel aan het inkopen was, liet hij niemand binnen, totdat ik weer naar buiten kwam. Mensen begrepen zijn gegrom al snel.” Dit beschermgedrag rond de eigen kinderen spreekt voor het goede karakter van dit ras, maar kan ook problemen opleveren.  Het spreekt voor zich dat kinderen tot een bepaalde leeftijd niet zonder toezicht met een Berner sennenhond alleen gelaten mogen worden, al is die nog zo lief!

Het latente jachtinstinct mag niet opgewekt worden

In eerdere beschrijvingen wordt de Berner sennenhond herhaaldelijk geprezen voor het feit, dat hij katten en kippen met rust laat en ook niet op wild jaagt. Hoeveel van dit gedrag genetisch bepaald is en hoeveel onbewust door vorming en opvoeding is aangeleerd, is nauwelijks meer vast te stellen. Waarschijnlijk is het jachtinstinct van de Berner sennenhond door selectief fokken tot een minimum gereduceerd, omdat jagende honden in boerderijbedrijven niet welkom waren. Ook is een Berner sennenhond door zijn aanzienlijke gewicht nu niet bepaald een begenadigd jager. Bovendien is hij als hofhond vanaf zijn puppy-tijd gevormd op tolerant gedrag ten opzichte van andere dieren.

Toch mogen we niet voorbijgaan aan het feit, dat in elke hond latent jachtgedrag zit, en dat dit zelfs bij een Berner sennenhond opgewekt en versterkt kan worden door (onbewuste) positieve bevestiging. Hoe schattig het er ook uitziet, wanneer een koddige puppy tevergeefs een dwarrelend blad of een vogel probeert te vangen: we moeten dit gedrag stoppen, anders kan het later in andere situaties voor nare verrassingen zorgen. Want dan worden eekhoorntjes en katten tot begeerde jachtobjecten. Is de jachtdrift eenmaal aangewakkerd, dan is die lastig en slechts met veel moeite weer onder controle te brengen. Het beperkte jachtinstinct is ook in de huidige tijd een aangename karaktereigenschap van de Berner sennenhond. Laten we hem niet uitdagen!

De huidige karaktertest

Volgens de FCI-standaard nummer 45 moet een Berner sennenhond, zeker, alert, waakzaam en niet bang zijn in alledaagse situaties, goedmoedig en aanhankelijk rond vertrouwde mensen, zelfverzekerd en vriendelijk tegenover vreemden. Daarbij hoort een gemiddeld temperament en een goede handelbaarheid. Honden hebben hun aangeboren, soorteigen gedrag, maar dat wordt ook door hun vorming en ervaringen beïnvloed. Het is daardoor moeilijk uit elkaar te houden, wat aangeboren is en wat verworven. Is het überhaupt  mogelijk om via een test uit te vinden, wat de genetische aanleg van een hond is? Is het zelfs mogelijk om op een karaktertest te trainen, om ongewenste karaktereigenschappen te maskeren? Elke hond is anders, elke hondengeleider is anders, elke hond heeft een andere levensgeschiedenis. Daarom kan een karaktertest niet voor alle honden op precies dezelfde manier opgezet worden. Hij moet individueel worden aangepast aan elke hond. Als eerste wordt getest hoe een hond zich in een groep vreemde mensen gedraagt. Een wantrouwige, schuwe hond zal ook na een intensieve training gestrest raken en zich niet ontspannen kunnen bewegen. Heeft hij een goede aanleg, dan zal hij zich ook zonder training snel aanpassen aan deze onbekende situatie. Vanaf verschillende posities wordt geobserveerd, hoe de kandidaat reageert op akoestische en visuele invloeden. Als laatste wordt de schotschuwheid getest. Een betrouwbare Berner sennenhond zal gemakkelijk slagen voor deze test. Dankzij de karaktertest voor potentiële fokhonden kon de Berner sennenhond zijn uitstekende karaktereigenschappen behouden en is hij tegenwoordig nog steeds een gemakkelijke en plezierige tijdgenoot. Toch kunnen zich, net als bij andere hondenrassen, altijd karakterproblemen voordoen. Het is onze plicht tegenover de mens, de hond en zijn leefomgeving om die tekortkomingen krachtig  aan te pakken. In de woorden van Hans Stadtmann: “Wat heb je aan mooi dier, als het geen onberispelijk karakter heeft? Zijn mooie kleuren, zijn glanzende vacht, zijn trouwe ogen en zijn harmonische proporties zijn een lust voor het oog, maar zijn karakter verovert ons hart!”